Het dagelijks leven met een insulinepomp.

Uw insulineschema met een pomp kan anders zijn dan toen u injecties kreeg.

Na een beginperiode waarin u moet wennen aan uw pomp en waarin u samen met uw medisch hulpverlener uw doses aanpast (dit kan een aantal weken tot maanden duren), zult u ontdekken dat het gebruik van een pomp u betere controle en meer flexibiliteit geeft bij het omgaan met diabetes.

Standaardroutines bij injecties:

De onderstaande vergelijking toont de standaardroutines van mensen met type-1-diabetes die behandeld worden met injecties vergeleken met mensen die een pomp gebruiken.

  • Meerdere injecties per dag
  • Gebruik van maaltijden/tussendoortjes volgens een vast schema
  • Geplande lichaamsbeweging
  • Vaak BG testen, op aanwijzing van uw zorgverlener

    Standaardroutines bij gebruik van een pomp:

    • Om de 2-3 dagen een infusieset inbrengen
    • Flexibiliteit met maaltijden en tussendoortjes, en een hierop nauwkeurig afgestemde insulinedosis
    • Meer vrijheid in lichaamsbeweging/activiteiten
    • Vaak BG testen, op aanwijzing van uw zorgverlener

    Aangezien een pomp niet automatisch de bolusdoses toedient die u nodig hebt (u moet ze zelf toedienen), is het belangrijk dat u de onderstaande punten in overweging neemt.

    Alle startende pompgebruikers dienen:

    • Ten minste 4-8 keer per dag hun BG te controleren
    • Een gedetailleerd verslag bij te houden van voedsel, BG en lichaamsbeweging
    • Te leren om insulinedoses aan te passen voor hoge en lage BG-waarden, gebruikte koolhydraten, lichaamsbeweging, ziektedagen, enz.
    • Regelmatig met hun medisch hulpverlener te overleggen

    Het is belangrijk om ten minste 4 keer per dag uw BG te controleren. Dit is nodig voor een veilig gebruik van de pomp. Als u pas begint met een pomp, kan uw medisch hulpverlener u vragen uw BG 8 tot 10 keer per dag te controleren om u snel op de goede weg te helpen.

    Bereik ons met één druk op de knop.

    Contact opnemen